De Limburgse architect en muzikant Ivo Rosbeek hoefde niet lang na te denken toen hij werd gevraagd mee te denken over verbeteringen van het Beauforthuis. Hij is zeer te spreken over het muziekpodium en theatercafé in Austerlitz. “Er heerst hier een ondernemende geest.”

Ivo (Hoensbroek, 1976) groeide op in een artistieke familie met een drukkerij waar veel kunst- en architectuurboeken werden gemaakt. Hij studeerde Architectural Design and Engineering aan de Technische Universiteit van Eindhoven. Sinds 2017 heeft hij zijn eigen architectuurstudio waar ook muziek gecomponeerd en geproduceerd wordt. De combinatie van architectuur en muziek leidt regelmatig tot projecten waarbij deze disciplines samenkomen, zoals de revitalisatie en overkapping van het openluchttheater in Brunssum, het theaterprogramma ‘Such Places As Memory’ rondom de poëzie van de Amerikaanse architect John Hejduk, maar dus ook zijn werkzaamheden voor het Beauforthuis. Ivo citeert graag Goethe: ‘Architektur ist gefrorene Musik’.

“Vanaf de eerste keer dat ik in het Beauforthuis kwam, vond ik het een buitengewoon bijzondere plek. Ik heb er vaker als muzikant opgetreden, ook met een programma over Toon Hermans. Met de bewerkte liedjes van Ede Staal speelden we door het hele land, dus ik heb veel theaters van binnen gezien. Het Beauforthuis is echt de buitencategorie, vanwege de prachtige locatie midden in het bos, de sfeer die de zaal uitstraalt, de fijne akoestiek en de goede instrumenten waaronder de vleugels. Bij veel theaters word je door een portier opgevangen en naar de kleedkamer begeleid.”

De eerste taak waar Ivo zich over boog was de uitwerking van de tweede kubus waarin de spoelkeuken en koelcellen zijn opgenomen. “We hebben er toen voor gekozen om bij beide kubussen een houten gevel te plaatsen die goed aansluit bij de kenmerken van de kerk. De verticale steunberen, met daartussen de horizontale lijnen van het metselwerk, komen op een moderne wijze terug in het ontwerp voor de kubussen. De kleur van de houten gevels is zo gekozen dat ze mooi opgaan in de natuurlijke omgeving en passen bij het metselwerk van de kerk.” Ook de buitentuin nam hij flink op de schop. “We hebben de hele bestrating aangepast. Vroeger bestond die uit een kiezelpaadje en oude stoeptegels. Nu liggen er overal rondom het gebouw gebakken waaltjes, ofwel klinkers, in de kleuren van het pand. Op de plaats van de entrees zijn de oude historische stenen in mooie patronen hergebruikt.”

“De oude structuur van het gebouw was helaas niet meer voelbaar. Vroeger kwam je binnen in een gang en was er links en rechts een kamer. Dat gevoel willen we terugbrengen.”

“Als je vroeger naar de kelder wilde, moest je eerst de bar verschuiven. We gaan daar beloopbaar glas plaatsen zodat je goed kunt zien dat je over een historische trap loopt. Teruggrijpen naar het verleden, dat is het verhaal.”

“We zitten erover te denken om het touw van de klokkentoren te verlengen. Nu kun je vanuit de woning van Lidwien de klok luiden, maar het zou mooi zijn als dat ook kan in het gangetje in de keuken, bij bijzondere gelegenheden. De historie van het gebouw moet weer voelbaar worden.”

“Er heerst een ondernemende geest. We proberen samen dingen uit en er worden steeds nieuwe kansen opgezocht. We denken continu in verbeteringen. Het Beauforthuis heeft ook heel duidelijk een maatschappelijke functie. De verhuur van mountainbikes en de Pipowagen zijn bijvoorbeeld nieuwe initiatieven die zijn ontstaan tijdens corona, waardoor een nieuwe groep mensen het Beauforthuis weet te vinden. Ik ben ook erg te spreken over de eigenzinnigheid van het Beauforthuis. Dat zit hem in kleine dingen. Nergens in de Nederlandse horeca heb ik op een toilet ‘Redders in nood’ gezien: van deodorant tot pleisters, het ligt daar allemaal. Dat vind ik heel bijzonder. De bloemen die je in het pand ziet komen nooit gewoon van een bloemist, maar altijd uit het wild. Het biologische aspect speelt een grote rol in het Beauforthuis. Dat zie je bijvoorbeeld terug in de keuze voor het bier van Gulpener, maar ook in de nieuwe heuvelrugtuin aan de achterzijde.”

Een uitgebreidere versie van dit artikel van Machiel Coehorst verscheen in een eerdere BeaufortPost.